Onderzoek naar ADHD

Misschien heb je weleens van ADHD gehoord of ken je iemand die ADHD heeft, maar wat is ADHD eigenlijk? ADHD is een Engelse afkorting voor Attention Deficit Hyperactivity Disorder (Aandacht-Tekort Hyperactiviteit Stoornis). In het Nederlands wordt wel gezegd dat ADHD betekent dat je Alle Dagen Heel Druk bent en dat je het moeilijk vindt om je aandacht ergens bij te houden.

Sommige kinderen met ADHD zijn heel druk en beweeglijk. Bovendien hebben jongens en meisjes met ADHD vaak moeite om zich te concentreren. Ze vinden het bijvoorbeeld moeilijk om iets te doen (huiswerk maken, een boekje lezen, een spelletje doen), terwijl er andere dingen om hen heen gebeuren. Bovendien vinden ze het moeilijk om op hun beurt te wachten of om eerst iets af te maken voordat ze aan iets nieuws beginnen.

Als je ADHD hebt, kun je hier zelf niets aan doen. Het is een stoornis waarbij er iets mis gaat in de hersenen. Soms kunnen medicijnen kinderen met ADHD helpen zich beter te concentreren of minder druk te zijn.

Bij NICHE doen wij onderzoek naar de oorzaken van ADHD. We willen niet alleen weten hoe de hersenen bij mensen met ADHD er uit zien, maar ook hoe de hersenen werken wanneer je ADHD hebt. Daarom vragen wij de kinderen die meedoen met onderzoek vaak om een of meerdere computerspelletjes te spelen terwijl ze in de MRI-scanner liggen. Deze hersenfoto's heten 'functionele MRI scans' (afkorting: fMRI) omdat we kijken hoe je hersenen functioneren: Met fMRI kijken we welke hersengebieden je gebruikt bij het spelen van die computerspelletjes. Op deze manier kunnen we bijvoorbeeld onderzoeken of kinderen met ADHD andere hersengebieden gebruiken bij het spelen van een spelletje dan kinderen zonder ADHD. Dit kan uiteindelijk iets vertellen over of er in de hersenen iets misgaat wanneer je ADHD hebt.

Onderzoek naar Autisme

Autisme is een aandoening aan de hersenen en komt vaker voor bij jongens dan bij meisjes. Je kunt aan de buitenkant niet meteen zien of iemand autistisch is. Sommige kinderen met autisme gaan naar een speciale school, maar bij andere kinderen is dat niet nodig: die zitten op een gewone school. Misschien ken jij ook wel iemand met autisme?

Kinderen met autisme vinden het vaak moeilijk om samen te spelen met andere kinderen en hebben ook niet zo vaak vriendjes en vriendinnetjes. Verder begrijpen ze minder goed wat andere kinderen denken en voelen. Daarnaast vinden veel jongens en meisjes met autisme het ook belangrijk om dingen telkens op dezelfde manier te doen (bijvoorbeeld elke dag in dezelfde volgorde aankleden of steeds hetzelfde liedje luisteren in de auto). Ook vinden ze het vaak vervelend wanneer er onverwachte dingen gebeuren.

Tot nu toe weet nog niemand hoe het komt dat sommige mensen autisme krijgen. Ook bestaat er geen medicijn dat helpt voor autisme. Om meer te weten te komen over autisme doen we hier, in het UMC Utrecht, heel veel onderzoek. Omdat autisme een aandoening van de hersenen is, kijken wij bij NICHE naar de hersenen van kinderen met autisme.

Eén manier om de hersenen te bekijken is met MRI-foto’s. Dit zijn heel nauwkeurige foto’s van de hersenen die gemaakt worden met een MRI-scanner. We vergelijken de hersenfoto’s van heel veel kinderen met autisme met de hersenfoto’s van heel veel kinderen zónder autisme en hopen er zo achter te komen waar autisme nu door ontstaat. We maken verschillende typen hersenfoto's om te kijken naar de bouw van de hersenen, maar ook hoe hersengebieden functioneren. Dat laatste doen we met 'functionele MRI' (fMRI). Tijdens een fMRI foto kijken we welke hersengebieden je gebruikt bij het spelen van een computerspelletje.

Daarnaast komen we ook veel te weten over de oorzaken van autisme door naar het DNA (je genen) te kijken. Autisme komt in sommige families meer voor dan in andere families, het is dus ook een erfelijke aandoening. Erfelijkheid wordt bepaald door de genen in je DNA. Die genen zijn eigenlijk een soort besturingssysteem van hoe jouw lichaam gebouwd is. We weten dat er bepaalde genen zijn die te maken hebben met autisme, maar we weten niet precies welke genen dat zijn. Daarom onderzoeken wij ook het DNA van mensen met en zonder autisme. Zo hopen wij erachter te komen welke genen betrokken zijn bij autisme.

Onderzoek naar Hersenontwikkeling

Bij NICHE doen we niet alleen onderzoek naar ADHD of autisme, maar we zijn ook geïnteresseerd in de 'normale' ontwikkeling van de hersenen. Hierover zullen we snel meer vertellen op de website!

Onderzoek naar Psychose

Bij NICHE hebben we veel onderzoek gedaan naar de vraag of we kunnen voorspellen of iemand later psychotische klachten krijgt en hoe goed je dat kunt voorspellen.

Maar wat is nu eigenlijk een psychose? Mensen die psychotisch zijn kunnen vaak niet goed verschil maken tussen wat echt is en wat niet. Er komen heel veel verschillende gedachten in ze op, die ze niet goed in de juiste volgorde kunnen zetten. Daarnaast horen of zien mensen met een psychose soms dingen die er niet echt zijn.

Je kunt je voorstellen dat wanneer je vreemde dingen denkt, ziet of hoort, je daar bang of onrustig van wordt. Dit dat mensen met een psychose het ene moment heel druk kunnen zijn en op het andere moment helemaal uitgeput. Ongeveer 3 op de 100 mensen in Nederland wordt wel eens een keer psychotisch. Een psychose kan op alle leeftijden ontstaan, maar vaak begint een psychose wanneer iemand tussen de 16 en 30 jaar oud is. Sommige mensen zijn na een paar weken voorgoed van de psychose af, sommige mensen krijgen later nog eens (of vaker) een psychose.

Bij NICHE hebben we onderzoek gedaan naar voorspellers voor een psychose. We onderzochten een groep jongeren die vermoedelijk een grotere kans hebben op het krijgen van een psychose. Bij hen werden gegevens verzameld over voorspellers van psychose. Deze gegevens verzamelden we ook bij jongeren die geen verhoogd risico hebben op het ontwikkelen van een psychose. Op die manier kunnen we iets zeggen over hoe jongeren MET een hoger risico op het krijgen van een psychose verschillen van andere jongeren.

We hopen dat het door dit onderzoek in de toekomst mogelijk wordt om psychoses beter te voorspellen en daardoor sneller een goede behandeling te geven.